Stibbe Nieuwsbrief
Read in browser
Stibbe
 
People Expertise news
 
Careers CSR Locations Contact us
Corporate Alert
16 juni 2016

Wetsvoorstel Implementatie richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen – nieuwe voorschriften voor accountantsorganisaties en organisaties van openbaar belang
 
 
Inhoud
1.  Achtergrond
2.  Moment van inwerkingtreding en gevolgen
3. Roulatieplicht accountantsorganisaties ("kantoorroulatie") en individuele accountants ("partnerroulatie") bij oob's
4. Verbod op verrichten van niet-controlewerkzaamheden ("scheiding van controle en advies")
5. Wijzigingen in de meldplichten voor accountantsorganisaties die een oob controleren
6. Uitbreiding toezichtbevoegdheden AFM
7. Aanvullende informatieverplichtingen aan, en voorschriften rondom, de audit commissie
8. Joint audit
9. Uitvoeringsregelgeving en andere nationale regelgeving
 
1. Achtergrond
Op 17 juni 2016 worden de Europese Audit Richtlijn (“Richtlijn”) en de Europese Audit Verordening (“Verordening”) van toepassing. Het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn en ter uitvoering van Verordening (“Wetsvoorstel”) is op 4 mei 2016 ingediend bij de Tweede Kamer en wordt behandeld onder dossiernummer 34 469. 17 juni 2016 is de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn.

De Richtlijn beoogt het vertrouwen van beleggers in de getrouwheid van jaarrekeningen te versterken door de kwaliteit van de binnen de EU uitgevoerde wettelijke controles te verbeteren. De vanaf 17 juni 2016 rechtstreeks in de lidstaten geldende Verordening richt zich op verbetering van de kwaliteit van controles van de financiële verantwoordingen van organisaties van openbaar belang (“oob's”). Onder oob's worden vooralsnog begrepen beursgenoteerde ondernemingen, maar ook niet-genoteerde banken en (bepaalde) verzekeraars. De wetgever streeft ernaar om de algemene maatregel van bestuur die de definitie van oob verruimt op 1 januari 2018 in werking te laten treden. Zie de nota naar aanleiding van het verslag die op 14 juni 2016 aan de Tweede Kamer is gezonden. De Verordening bevat maatregelen om de integriteit, onafhankelijkheid, objectiviteit, verantwoordelijkheid, transparantie en de betrouwbaarheid van accountants die wettelijke controles van oob's uitvoeren te verbeteren. 

Het Wetsvoorstel wijzigt met name de Wet toezicht accountantsorganisaties (“Wta”) en bevat enkele aanpassingen van de Wet op het accountantsberoep (“Wab”), de Wet tuchtrechtspraak accountants, Boek 2 BW (artikel 2:393 lid 5 BW) en de Wet bekostiging financieel toezicht. Wij lichten in deze alert naar aanleiding van het Wetsvoorstel de meest relevante voorgestelde wijzigingen toe. Aan het Wetsvoorstel is een consultatiefase vooraf gegaan. Zie over het voorontwerp implementatiewet richtlijn en verordening (het “Voorontwerp”) de corporate update van 3 juli 2015.


Terug
 
2. Moment van inwerkingtreding en gevolgen
Zoals hiervoor opgemerkt, is de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn 17 juni 2016 en wordt op diezelfde datum de Verordening van toepassing. De regering is er niet in geslaagd om het Wetsvoorstel tijdig door de Tweede en de Eerste Kamer te loodsen.

Het gevolg daarvan is dat vanaf 17 juni 2016 enkele bepalingen in de Wta in strijd zullen zijn, of overlap vertonen, met bepalingen uit de rechtstreeks werkende Verordening. In een dergelijk geval dient de Verordening tot uitgangspunt te worden genomen. Een voorbeeld daarvan betreft de informatievoorziening van accountantsorganisaties aan de audit commissie van een oob over, onder meer, de onafhankelijkheid van de accountantsorganisatie. Dit is geregeld in artikel 24a Wta. Omdat artikel 6 van de Verordening hetzelfde regelt, zal vanaf 17 juni 2016 het bepaalde in artikel 6 van de Verordening gelden in plaats van artikel 24a Wta, dat in het Wetsvoorstel wordt geschrapt.

De praktische gevolgen van deze strijdigheid zullen in het algemeen tot 1 januari 2017 overigens beperkt zijn. Door de Europese Commissie is opgemerkt dat de nieuwe Europese regelgeving vanaf het begin van het eerste boekjaar na de inwerkingtreding van de Verordening en de Richtlijn in acht moet worden genomen. Voor een oob met een boekjaar dat gelijk is aan een kalenderjaar betekent dit dat de nieuwe regelgeving toepassing vindt vanaf 1 januari 2017.


Terug
 
3. Roulatieplicht accountantsorganisaties (“kantoorroulatie”) en individuele accountants (“partnerroulatie”) bij oob's
Over de invoering van de kantoorroulatie bij controles van oob's heeft de afgelopen jaren veel discussie plaatsgevonden. Hoewel reeds bij de totstandkoming van de Wab in 2013 de kantoorroulatie in de wet is opgenomen, was de beoogde inwerkingtredingsdatum van deze verplichting 1 januari 2016. Zie over de achtergronden hierbij ook onze alert hervorming accountantsmarkt van 1 juli 2014.

In september 2015 is gedurende de parlementaire behandeling van het voorstel voor de Wijzigingswet Financiële Markten 2016 besloten deze bepaling te laten vervallen. Ten gevolge van de inwerkingtreding van de Verordening, zal de kantoorroulatie daarom eerst per 17 juni 2016 gelden. Het belang daarvan is voor de praktijk overigens beperkt. De afgelopen jaren heeft bij de overgrote meerderheid van de oob's, anticiperend op de roulatieplicht, al roulatie van de accountantsorganisatie plaatsgevonden.

Als hoofdregel voor de kantoorroulatie schrijft artikel 17 van de Verordening voor dat de maximumduur van de eerste controleopdracht bij een oob tien jaar mag bedragen. De Verordening kent tevens een aantal mogelijkheden voor verlenging van de duur van de controleopdracht en enkele specifieke overgangsbepalingen. Wat voor een oob de maximumduur is van een controleopdracht alvorens kantoorroulatie dient plaats te vinden, zal daardoor sterk afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval (waaronder de datum waarop, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Verordening, de controleopdracht is verleend en de duur van die opdracht). De accountantsorganisatie dient na het verstrijken van de (al dan niet verlengde) maximumduur van de controleopdracht een afkoelingsperiode van vier jaar in acht te nemen alvorens een nieuwe opdrachtovereenkomst met dezelfde oob aan te gaan.

Sinds de (gedeeltelijke) inwerkingtreding op 1 april 2016 van de Wijzigingswet financiële markten 2016 is in de Wta de termijn voor partnerroulatie bij oob's aangepast van zeven jaar naar vijf jaar. Nederland heeft daarmee gebruik gemaakt van de optie om de door de Verordening geïntroduceerde maximumtermijn van zeven jaar voor partnerroulatie te verkorten naar vijf jaar. In de Wijzigingswet Financiële Markten 2016 is tevens een overgangstermijn opgenomen. Op wettelijke controles die betrekking hebben op een boekjaar dat reeds is aangevangen voor 1 april 2016 blijft de oude termijn van zeven jaar voor partnerroulatie van toepassing. Het Wetsvoorstel schrapt verder de huidige afkoelingsperiode volgend op partnerroulatie van twee jaar na beëindiging van de controlewerkzaamheden bij een oob. De Verordening kent op dit punt een afkoelingsperiode van drie jaar. Volgens de Europese Commisie vangt deze direct aan per 17 juni 2016 en niet (pas) in het eerste boekjaar dat begint na 17 juni 2016.


Terug
 
4. Verbod op verrichten van niet-controlewerkzaamheden (“scheiding van controle en advies”)
De Wta verbiedt sinds 1 januari 2013 accountantsorganisaties die wettelijke controles verrichten bij een oob om een groot aantal andere werkzaamheden bij die oob te verrichten. In de wetsgeschiedenis is opgenomen welke werkzaamheden wel in combinatie met controlewerkzaamheden kunnen worden verricht, ook wel aangeduid als de “witte lijst”.

De Verordening kent geen algemene verbodsbepaling met een lijst van toegestane werkzaamheden. De Verordening bevat daarentegen een “zwarte lijst” met een overzicht van alle niet-controlediensten die accountantsorganisaties die oob's controleren niet mogen verrichten. Het is lidstaten toegestaan om buiten die zwarte lijst ook andere diensten te verbieden.

De in artikel 24b Wta opgenomen strengere Nederlandse invulling van de scheiding van controle en advies blijft in het Wetsvoorstel zoveel mogelijk in de huidige vorm behouden na inwerkingtreding van de Verordening. Wel wordt in het Wetsvoorstel in artikel 24b Wta verwezen naar (artikel 5, eerste lid, van) de Verordening, waardoor wordt verduidelijkt dat de voorschriften in de Wta gelden in aanvulling op die van de Verordening. Over de reikwijdte van het Nederlandse verbod ten aanzien van werkzaamheden die de accountantsorganisatie, of een netwerkonderdeel daarvan, verleent aan de oob en de gelieerde entiteiten van de oob indien meerdere jurisdicties zijn betrokken, bestaat op een aantal onderdelen onduidelijkheid. Uit de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel volgt voor accountantsorganisaties die een vergunning hebben op basis van de Wta het volgende:

  • Werkzaamheden die een accountantsorganisatie of in een andere lidstaat gevestigde netwerkonderdelen van een accountantsorganisatie verrichten voor in een niet-lidstaat gevestigde dochtermaatschappij(en) van een Nederlandse oob, vallen niet onder het verbod van artikel 24b Wta. In (artikel 5 van) de Verordening is voorgeschreven dat accountantsorganisaties zelf moeten beoordelen of in dergelijke gevallen de onafhankelijkheid in het geding komt. In het Wetsvoorstel is op dit punt artikel 24b, tweede lid, onderdeel a Wta aangepast;

  • Werkzaamheden die in een andere lidstaat gevestigde netwerkonderdelen van de accountantsorganisatie verrichten voor een Nederlandse oob of in Nederland gevestigde gelieerde entiteiten van de oob, blijven (vooralsnog) wel onder het verbod van artikel 24b Wta vallen. Ten aanzien van werkzaamheden die dergelijke netwerkonderdelen verrichten aan in een andere lidstaat gevestigde gelieerde entiteiten van een Nederlandse oob geldt artikel 5 van de Verordening;

  • Werkzaamheden die een accountantsorganisatie verricht voor in een andere lidstaat gevestigde gelieerde entiteiten van een Nederlandse oob of voor de in een niet-lidstaat gevestigde moedermaatschappij van een Nederlandse oob, blijven (vooralsnog) onder het verbod van artikel 24b Wta vallen; en

  • Werkzaamheden die in Nederland gevestigde netwerkonderdelen van een accountantsorganisatie verrichten voor in een andere lidstaat gevestigde gelieerde entiteiten van een Nederlandse oob of voor de in een andere niet-lidstaat gevestigde moedermaatschappij van een Nederlandse oob, blijven (vooralsnog) ook onder het verbod van artikel 24b Wta vallen.
In de memorie van toelichting op het Wetsvoorstel wordt opgemerkt dat de ontwikkeling van een gezamenlijke Europese benadering van de wijze waarop lidstaten omgaan met de scheiding van controle en advies ertoe kan leiden dat de strengere Nederlandse invulling wordt verlaten. Een dergelijke benadering wordt niet op korte termijn verwacht, aldus de wetgever in de hiervoor genoemde nota naar aanleiding van het verslag.

Terug
 
5. Wijzigingen in de meldplichten voor accountantsorganisaties die een oob controleren
De Verordening bevat enkele (rechtstreeks werkende) meldingsverplichtingen voor accountants(organisaties) aan toezichthoudende instanties. Een deel van deze meldplichten vervangt bestaande meldplichten in de huidige Nederlandse wet- en regelgeving. Zo bevat artikel 7 van de Verordening voor de accountant(sorganisatie) die een oob controleert de fraudemeldplicht. Deze meldplicht heeft sterke gelijkenis met de in artikel 26 Wta opgenomen fraudemeldplicht. In het Wetsvoorstel wordt artikel 26 Wta aangepast aan artikel 7 van de rechtstreeks werkende Verordening.

Artikel 12 van de Verordening bevat daarnaast een verplichting voor de accountant(sorganisatie) die een oob controleert om in een drietal specifiek omschreven situaties de bevoegde autoriteit te informeren (“meldplicht”). Het gaat daarbij onder meer om informatie over materiële bedreigingen voor, of twijfel over, het voortbestaan van de oob, of om de weigering om een goedkeurende controleverklaring af te geven. Ten aanzien van oob’s met een vergunning van de De Nederlandsche Bank (“DNB”), is in artikel 3:88 van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”) reeds een meldplicht met deze strekking opgenomen. In het Wetsvoorstel wordt dit Wft-artikel niet aangepast. Ten aanzien van beursgenoteerde ondernemingen die niet onder toezicht staan van DNB bestaat op dit moment geen meldplicht van deze strekking voor accountants(organisaties). Uit de memorie van toelichting op het Wetsvoorstel volgt dat de wetgever meent dat uit artikel 12 van de Verordening voortvloeit dat accountants(organisaties) ten aanzien van deze beursgenoteerde ondernemingen een meldplicht hebben aan de Autoriteit Financiële Markten (“AFM”). Deze meldplicht aan de AFM is dus nieuw en wordt in het Wetsvoorstel niet verder uitgewerkt: hoe die meldplicht in de praktijk vorm zal krijgen is dus (nog) niet nader geregeld.


Terug
 
6. Uitbreiding toezichtbevoegdheden AFM
Het Wetsvoorstel verruimt de bevoegdheden van de AFM bij de uitoefening van het toezicht op accountantsorganisaties op een aantal punten. In de alert van 3 juli 2015 zijn de voorgestelde verruimde toezichtbevoegdheden van de AFM zoals opgenomen in het Voorontwerp besproken.

De belangrijkste verruimde toezichtbevoegdheden van de AFM in het Wetsvoorstel zijn:

  • De mogelijkheid om aan bepaalde personen een 'beroepsverbod' van 3 jaar op te leggen om een functie uit te oefenen bij een accountantsorganisatie of een oob;

  • De mogelijkheid om de accountantsorganisaties de bevoegdheid te ontzeggen om controlewerkzaamheden uit te oefenen bij een oob; en

  • De mogelijkheid om herstel- en handhavingsmaatregelen te treffen indien een controleverklaring niet voldoet aan de eisen van artikel 2:393 lid 5 BW of (bij de controle van oob's) van artikel 10 van de Verordening.
Uit de nota naar aanleiding van het verslag volgt dat de AFM in de periode na 17 juni 2016 tot inwerkingtreding van de aanpassingen in de Wta (zoals opgenomen in het Wetsvoorstel) al op grond van deze nieuwe bevoegdheden toezicht kan uitoefenen. Gedurende deze periode kan de AFM echter geen toezicht- of handhavingsbevoegdheden toepassen ten aanzien van accountantsorganisaties die handelen of nalaten in strijd met de Verordening of bepalingen in het Wetsvoorstel.
 
Terug
 
7. Aanvullende informatieverplichtingen aan, en voorschriften rondom, de audit commissie
De Verordening verplicht de accountant(sorganisatie) die een controle bij een oob uitvoert om een aanvullende verklaring in te dienen bij de audit commissie of een vergelijkbaar orgaan van de oob. De in deze aanvullende verklaring ten minste te bespreken onderwerpen worden in artikel 11 van de Verordening opgesomd. Zo dient de accountant(sorganisatie) in de aanvullende verklaring te rapporteren over geconstateerde (vermoedelijke) niet-naleving van wettelijke voorschriften en significante tekortkomingen in het interne financiële controlesysteem (een interne meldplicht).

In het Wetsvoorstel is vooralsnog geen gebruik gemaakt van de door de Verordening geboden mogelijkheid om de accountant(sorganisatie) te verplichten om deze verklaring ook aan het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van de oob te zenden.

De Richtlijn bevat tevens een aanscherping van de eisen die worden gesteld aan de inrichting en taken van de audit commissie. Deze eisen – onder meer over de onafhankelijkheid van leden van de audit commissie – worden verwerkt door aanpassing van het Besluit Audit Commissie. Zie over het voorontwerp voor het Implementatiebesluit wijzigingsrichtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen (“Implementatiebesluit”) ook de alert van 12 januari 2016. Een definitief besluit tot aanpassing van het Besluit Audit Commissie is tot op heden niet gepubliceerd.


Terug
 
8. Joint audit
De Verordening en de Richtlijn gaan uit van de mogelijkheid van een gezamenlijke controle uitgevoerd door twee accountants(organisaties) en resulterend in een gezamenlijke verklaring ("joint audit"). In het Wetsvoorstel is geen gebruik gemaakt van de door de Verordening geboden mogelijkheid om een joint audit verplicht te stellen.

In de memorie van toelichting op het Wetsvoorstel wordt onderkend dat een dergelijke maatregel de kwaliteit van de wettelijke controle zou kunnen verhogen. Invoering van de verplichting tot het uitvoeren van een joint audit zou echter hoge kosten met zich brengen, die niet proportioneel worden geacht. Nu een joint audit weliswaar niet verplicht wordt, maar wel is toegestaan, rijst de vraag hoe de gezamenlijke controleverklaring past in het systeem van artikel 2:393 lid 5 BW. Dat systeem gaat namelijk uit van een verklaring van één controlerend accountant. Het Wetsvoorstel bevat op dit punt geen aanpassingen van artikel 2:393 lid 5 BW.


Terug
 
9. Uitvoeringsregelgeving en andere nationale regelgeving
Het reeds genoemde Implementatiebesluit zal naar verwachting op korte termijn worden gepubliceerd. Dit besluit zal naast het Besluit Audit Commissie ook het Besluit toezicht accountantsorganisaties (“Bta”) wijzigen.

In het kader van de hervorming van de accountantsmarkt is daarnaast door het Ministerie van Financiën aanvullend nationaal beleid aangekondigd. Onderdeel daarvan vormt de voorgenomen Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties. De consultatiefase van het voorontwerp is op 10 augustus 2015 geëindigd. Het voorontwerp introduceert onder meer een stelsel van 'intern toezicht' binnen accountantsorganisaties. Oorsponkelijk was beoogd het voorstel voor de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties gelijktijdig met het Wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in te dienen. Die doelstelling is inmiddels bijgesteld. Het voorstel voor de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties wordt naar verwachting na het zomerreces van 2016 aan de Tweede Kamer gezonden (zie de nota naar aanleiding van het verslag).


Terug
 
Contact
Steven Hijink
Counsel
 
Marthe Schönau
Senior medewerker
 
 
 
Jeroen Kortmann
Partner
 
Fons Leijten
Partner
 
Disclaimer
© Stibbe N.V. All rights reserved.

Newsletters contain information of a general nature only. Newsletters are not personal or professional advice and cannot be considered as such. No rights can be derived from the information provided. Newsletters may contain links or other references to third party websites or media. Stibbe N.V. does not control these third party websites or media. Stibbe accepts no responsibility or liability for the functioning, content or security of third party websites or media, nor for any copyright infringements or other infringements of intellectual property rights by these third party websites or media.

By using any of our newsletters or the information included therein, you accept that the General Conditions of Stibbe N.V. are applicable. These General Conditions include a limitation of liability and are available on www.stibbe.com/generalconditions.

Warning: forwarding of this e-mail via your e-mail client (Outlook, etc.) may give the recipient access to your newsletter profile. To prevent this, use the 'Forward' button at the bottom of this e-mail.
 
 
 
 
 
 
Twitter   Linkedin